Plots stond er een meneer voor de deur. Fransman. Overduidelijk. Grote glimlach, dus open doen kon mijn inziens geen kwaad. En ik ben 2 koppen groter, dus wat kan er gebeuren. “Bonjour…..” en toen volgde er een heleboel wat ik een eigen interpretatie gaf. Dus met de paar woorden en gebaren die ik begreep bedacht ik dat hij houthakker was en wilde weten of er nog wat omgehakt moest worden. Nou, dacht ik, dat is ook handig, hoeft Jan die ladder niet meer op. Maar toen ik vroeg of hij even een rondje in de tuin wilde lopen verdween zijn glimlach. O jee, zo’n oneerbaar voorstel is dat toch ook weer niet? Hij moet toch weten wat hij wel of niet om kan hakken? Met een bibberend handje wees hij naar de houtkachel in de keuken. Ooooo, dat bois…bois de chauffage. Hout voor de kachel dus.
Lees meer: